Kansen pakken om te kunnen trainen

Vrijdagmiddag. Ik ben net drie weken in dienst bij Prowareness, begonnen met een flinke bak enthousiasme en daarom eager voor plekken om te trainen: naast een gecertificeerd en/of meer ervaren trainer aan de slag om vlieguren te maken. Ik benader Guido, een PST (Professional Scrum Trainer) of hij nog plekken heeft, waarop hij vraagt: heb je maandag en dinsdag al iets te doen?

Dat heb ik niet (#nolife), dus ik zeg toe, ook al breekt het angstzweet me al uit. Gevolg: zaterdagochtend zit ik al om 8 uur ‘s ochtends in de Coffee Company in een wanhopige poging een tweedaags advanced trainingsprogramma in mijn hoofd te stampen.

Overwinnen van mijn angst om te gaan trainen

Tijdens de eindfase van mijn Psychologie bachelor was een van mijn opties als masterstudie de master Training en Development. Echter had ik destijds een obsessie met carrière maken, waardoor ik sterk twijfelde over deze master. Bovendien was ik gewoonweg te angstig om te gaan trainen: dat kan ik vast niet, ik kan vast niet zo’n leuke interactie met een groep krijgen, wat als iedereen mij een belachelijk slechte trainer vindt en met tomaten naar mijn hoofd gaat gooien, wat als ik voor de groep een black-out krijg en daarom in mijn broek pis en daarna voor eeuwig mijzelf in een hoekje zal zitten schamen, enzovoort. Afijn, het werd dus een IT-master.

Op het moment van schrijven heb ik deze angsten nog steeds, maar mijn ambitie om te groeien is nu veel groter. Die advanced training waaraan ik een groot deel van mijn weekend besteedde ging prima en ondertussen heb ik met veel plezier al vier keer twee dagen training gegeven. Hoewel ik weet dat ik nog veel te leren heb, wil ik alvast mijn eerste ‘lessons learned’ delen. Deze komen deels voort uit tips van mijn meer ervaren collega’s, deels uit feedback vanuit de deelnemers en deels vanuit eigen observaties.

12 lessen die ik geleerd heb tijdens mijn eerste ervaringen

  1. Oefen voor de spiegel, oefen voor vrienden, oefen op de fiets of in de trein of bij de bakker of op het voetbalveld.

Kernpunt: oefen. Het is een stuk fijner als je de woorden al een keer gezegd hebt, om te checken of het er lekker uitkomt en wat je in je verhaal nog kan aanpassen. Ik blijf het doodeng vinden voor een training of voor een video-opname te spreken, omdat wat je zegt onomkeerbaar is. Om dat angstzweet te verminderen helpt het mij enorm om het al eens uitgesproken te hebben. Voor een van de voorbereidingen schakelde ik dan ook een hulplijn in: aan twee vrienden gaf ik een mini-workshop op zondagmiddag om te oefenen.

Miniworkshop Coaching-in-1-uur, gegeven op 5-hoog op de Albert Cuypstraat

  1. Bereid liever minder onderdelen goed voor dan meer onderdelen matig.

Zoals in de situatie die ik hierboven schetste, had ik beperkte tijd om mij voor te bereiden. Daarbij kwam nog een flinke lijst aan onderwerpen die ik zou kunnen geven en die mij bovendien ontzettend leuk leken. Ik koos er echter voor om slechts enkele stukjes uit de training op te pakken, maar die dan wel goed te doen. Zo tekende ik thuis voor een paar specifieke onderdelen de relevante flipcharts keer op keer uit, daarbij het verhaal vertellend tegen twee pluche honden, totdat ik mij comfortabel genoeg voelde om het te vertellen voor een groep levende organismen.

  1. Zorg ervoor dat je de stof beheerst…

Stating the obvious, I know. Maar hiermee bedoel ik niet om gedachteloos rijtjes en flipovers in je hoofd te stampen – de tactiek van de meeste psychologiestudenten voor een gemiddeld tentamen – maar echt te begrijpen waar het over gaat. Vragen over je verhaal moet je namelijk wel kunnen beantwoorden en om echt begrip bij je deelnemers te krijgen moet je daarin ook een verdiepingsslag kunnen maken.

  1. … maar focus op de groepsdynamiek.

Maar, maar, maar… moet ik nou letten op de content of op de dynamiek? Zorg qua voorbereiding dat je de inhoud in ieder geval beheerst. Daardoor heb je meer ruimte in je hoofd om op de groep te focussen, want dat is uiteindelijk waar het om gaat: de connectie met je groep krijgen.

Een fout die namelijk vaak gemaakt wordt – ook door mij in mijn eerste trainingen – is om zoveel te letten op het juist overbrengen van de inhoud, dat je de connectie met de groep verliest: dat je bezig bent met een verhaal eruit te stampen terwijl de hele groep verveeld uit het raam zit te staren omdat zij dit stuk al lang en breed kennen. Of meteen doorschakelen naar je volgende onderwerp terwijl er 3 mensen in de groep compleet verdwaasd zitten te kijken en er (nog) geen hol van begrepen hebben.

  1. Werk je war stories uit

Leuke anekdotes vertellen over het onderwerp is wat het levendig maakt: de grootste successen en faalacties die je hebt gezien of zelf hebt gemaakt. Voor een relatief onervaren persoon als ik, met dus een kleinere rugzak aan ervaringen, heeft het geholpen om bewust alle werkervaringen langs te lopen in mijn hoofd en dit soort war stories op te sommen en uit te werken, zodat je deze in een training meteen op tafel kan gooien bij een relevant onderwerp. Wat ik tot nu toe in de trainingen heb gezien bij andere trainers is dat dit de stukken zijn waar de meeste deelnemers op het puntje van hun stoel zitten te luisteren.

  1. Bedenk wat jouw unieke inbreng is

Wat heb jij wat andere trainers niet kunnen geven? Waarmee maak je het verschil en voorkom je dat je een standaard verhaal staat uit te ratelen? Door te bedenken wat jouw unieke inbreng is, kan je je verhalen leuker maken en net dat beetje extra geven om je boodschap over te brengen.

Zelf kan ik bijvoorbeeld terugvallen op mijn studie psychologie, waar altijd interessante feitjes uit te halen zijn. Ook ben ik zelf veel bezig met mindfulness en meditatie, waarover ik ook soms kleine stukjes advies kan geven. Laatst was er een trainee die vertelde altijd erg nerveus te zijn voor een presentatie, waarop ik adviseerde om vooraf even op je ademhaling te focussen – een tip die erg gewaardeerd werd.

Verder heb ik een breed assortiment aan ontzettend flauwe grappen, maar die unieke inbreng wordt helaas niet altijd op prijs gesteld – zo kreeg ik bij één training de feedback om leukere grappen te maken. Tsja.

  1. Ga niet andere werkmethoden / stijlen zitten bashen

Bij Prowareness geven wij vooral Agile trainingen en in die trainingen maken we het contrast tussen de effectiviteit van een Agile mindset en die van Waterval mindset. Een nuttige tip die ik hierover kreeg, was om niet ongehoord andere mindsets en werkmethodes te gaan zitten bashen. Zo’n houding kan tot enorm veel weerstand leiden onder je deelnemers. Want, quote van ©Guido: “Ga jij daar als hippie die nog nooit daarmee gewerkt heeft iemand die daar al 20 jaar mee gewerkt heeft vertellen dat het helemaal ruk is wat diegene doet?”

Leg vooral de gedachtes erachter uit. Als je krachtige statements maakt, zorg dan in ieder geval dat ze onderbouwd zijn en houd het constructief. Zo werkt Agile bijvoorbeeld erg goed in bepaalde situaties, maar waterval werkt óók goed in bepaalde – andere – situaties.

  1. Frame je onderdelen / breng ze in lijn met het hogere kader

Heb je ook wel eens in een training gezeten en gedacht: “Waarom doen we deze oefening over baby panda’s eigenlijk? Waarom is dat relevant voor deze training in extreem hoelahoepen?” Of iets vergelijkbaars. In ieder geval, het is belangrijk je onderdelen goed te framen. Vertel voor je start met een blok waarom dit bijdraagt aan de leerdoelen voor de training en plaats het in het plaatje van het hogere kader. Neem je deelnemers mee op de reis die in je hoofd volledig logisch en uitgestippeld is, maar voor hen kan aanvoelen als dwalen in de mist. Dat geldt ook voor afslagen binnen je eigen verhaal (zoals “nu ik eraan denk, ik weet ook nog een goede tip over koffie zetten als je grasmaaier stuk is!”), ook daar is het belangrijk om deze goed toe te lichten. Bovendien, als je dat niet goed kan toelichten, kan je je ook afvragen wat voor toegevoegde waarde die afslag heeft.

  1. Schrijf groot en duidelijk, en praat terwijl je schrijft.

Deze is voor iedereen die net als ik een handschrift heeft dat lijkt alsof je stift geeft aan een gorilla met polio. Om daarvoor te compenseren, helpt het om groot te schrijven en met kleuren die goed contrasteren. Oftewel, als je klein schrijft met een lichtgroene stift en dat ook nog eens onleesbaar doet, krijg je vragende gezichten en opmerkingen op je feedbackformulier (wat na mijn eerste training gebeurde – meteen weer wat geleerd). Praten tijdens het schrijven op een flipchart voorkomt bovendien dat er (ongemakkelijke) stiltes tussen je verhaal vallen.

  1. Bedenk van tevoren wat je leerdoelen zijn en bespreek deze met je collega-trainer.

Wat wil je er zelf van leren? Welke onderwerpen lijkt je leuk om te behandelen en waar kan je veel van leren? Zorg dat je dit vooraf scherp hebt en bespreek het met je collega-trainer. Het kan ook helpen om een punt waarover je wil leren juist niet op te pakken, om te kijken hoe andere trainers deze vertellen. Mijn eigen leerdoel bij de eerste training was om enkele stukken te geven en de training überhaupt te overleven (allebei gelukt), de tweede keer lette ik op het duidelijk framen van de stukken, de derde en vierde keer probeerde ik voor het eerst een volledig blok / dagdeel van de training op mij te nemen. Keer op keer doodeng, maar het hielp wel om voor mezelf te weten waar ik aan wilde werken. En de volgende keer kan ik weer nieuwe, meer uitdagende leerdoelen opstellen.

  1. Vraag feedback en stel je kwetsbaar op

Zelf vraag ik altijd tussendoor en aan het einde van de dag feedback aan mijn collega-trainer. Bij de trainingen die wij als Prowareness geven vragen wij ook tijdens de training regelmatig feedback aan de groep, om te kijken hoe we in het vervolg de training nóg beter kunnen geven.

Verder kan het erg helpen om je kwetsbaar op te stellen. Zo gaf ik recent een training waar mijn collega-trainer eigenlijk niet goed kon aanvoelen hoe tevreden de groep was en die twijfels halverwege de eerste dag gewoon uitsprak. Dat maakte de groepssfeer meteen wat meer open en gaf ons nuttige tips voor de rest van de training.

  1. Just do it!

Maak die vlieguren! Ga voor de groep staan, faal, lach om jezelf en leer ervan. Om Tony Robbins te quoten: “Execution will trump knowledge every day of the week.” Hoe vaker je probeert en hoe vaker je op je bek gaat, hoe sneller je leert. Zelf voel ik mij ondertussen al een stuk zekerder voor de groep en de komende maanden wil ik nog veel meer gaan oefenen, om mijn ambitie te realiseren om binnen een jaar zelfstandig trainingen te kunnen geven.

Have fun!

Voor alle andere beginnende, aspirerende of meer ervaren trainers, facilitators en presentators: doe er je voordeel mee =) en nog belangrijker, heb er plezier in!

Dank aan mijn collega’s Matthijs de BooijAlex van der StarGuido Boskaljon en Robbin Schuurman voor hun tips en begeleiding.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here

*